‘Als ze aan de onderkant lust, zit er aan de bovenkant te weinig spanning’.

Met een bakvissen-grimas zit ik aan de telefoon. Als je toch geen idee hebt wat ik aan het doen ben is zo’n quote goed voor een rondje vrij associëren.
Het is zaterdagmiddag, mijn Lief fietst ergens door de polder en ik heb mijn zinnen gezet op iets creatiefs. In huis is het heerlijk koel en dat hebben onze katten ook feilloos in de gaten. Het beste excuus om huishoudelijk lawaai vrolijk een dagje op te schorten.
De tweezits tuinbank is prachtig blauw geschilderd. Eenmaal goed droog is het moment daar dat ik de beige kussens erin leg. Hm, wel een beetje veilig allemaal. Allerlei gedachten passeren de revue. De kussens zijn nog goed, ik kan er ook een nieuwe hoes omheen maken. Ja, dat kan ik. Zoals ik ook die stoel op zolder al maanden kan stofferen met een riante keuze uit meer dan twaalf meter nieuwe stof. De praktijk is weerbarstiger. Langzaam maar zeker wordt het drukker in mijn bedrijfje, ik bezit nogal wat creatieve adrenaline en heb een zolder vol om uit te kiezen wat ik ermee ga doen.
Bovendien wringt het een beetje. Als ik na een lange dag achter de laptop in de avonduren op zolder de ontspanning ga zoeken wordt het wel héél erg ongezellig. Of ik vind een berg strijk waar ik me eerst doorheen wil worstelen voordat ik ‘het leuk’ verdiend heb. Het is om soms echt moe van te worden.
Mijn Rotterdamse vriendin noemt dat ‘volle handen hebben’. Ze kijkt altijd naar ‘De Verwondering’ en had die uitspraak van een professor onthouden. De man was zijn hele leven voor iedereen in touw geweest en vertelde na het arbeidzame leven echt in een vacuüm te zijn gevallen. Hij ontdekte dat het de kunst is om te luisteren met je armen over elkaar en te wachten op het appél. ‘Ze gaf het me als overweging nadat ze zich eerst had laten ontvallen ‘Kind, weet je wat ik mij afvraag…is het eigenlijk wel de bedóeling dat jij naast wat je nu doet ook nog ergens in loondienst gaat? Jij hebt altijd zulke volle handen. Volle handen met aandacht. Voor Han, voor De KattenClub, voor familie en vrienden of anderen die je benaderen, voor je teksten…Misschien is het tijd voor jou om met de armen over elkaar te wachten op het appél’.
Het appél’…ik kauw al een paar weken op dat woord, maar heb niet zo heel veel ‘stille tijd’. Of, beter: ik neem niet zo heel veel tijd om af te wegen wat ik zelf wil. Tijd om even te ‘zijn’. Vaak achterna gezeten door verantwoordelijkheidsbesef, niet willen verslappen in aandacht, wetend dat onze schaapjes nog niet op het droge zijn. Niet echt uitgangspunten om met je armen over elkaar lekker ‘zen’ te zijn en te wachten tot zich aan je openbaart wat je te doen staat.
Enfin, mijn zomerse TekstAtelier biedt uitzicht op de glanzende blauwe bank. Met de saaie kussens. Met drie rijk bloeiende ‘Rhapsody in blue’ (manshoge paarsblauwe trosklimrozen) is de toon aardig gezet. Ik ben eruit. Er mag pít in de tuinkussens. Ik zwicht voor een set in een kleur om blij van te worden. Pink! Een beetje triggy, want ik heb het alleen met mezelf overlegd. Woensdag worden ze bezorgd. Ik heb mijn Lief – voor zover mogelijk – wel voorbereid. Het lijkt hem niks. Ook niet als me nét op tijd invalt dat hij zelf een poloshirt heeft in die kleur dat hem fantastisch staat…
Onze dialoog blijft hangen bij de afspraak dat als hij ze écht afschuwelijk vindt, ze retour gezonden zullen worden. Het wordt woensdag en de bel gaat. Hij neemt de grote verpakking aan en zet die onder grote belangstelling van de katten demonstratief in de kamer. ‘Ja, de kussens van het vróuwtje!’. Er is duidelijk nog niets van hem bij. Nog in het plastic loop ik ermee naar de blauwe bank. Aanschouwelijk onderwijs creëert draagvlak. ‘Nou, ik weet niet wat jij ervan vindt, maar ik word hier spontaan vrolijk van!’. Geen woord van gelogen.
Gelukkig kan mijn Lief niet ontkennen dat het echt goed past bij de kleur van het verfwerk en de bloeiende tuinplanten. Ze mogen blijven. Die middag drinken we koffie in de tuin. Zo samen op dat bankje zeg ik ‘Ja, en als je er zelf in zit heb je het niet eens in de gaten’. Maar dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Want ik heb het dan misschien niet zo in de gaten, maar mijn Lief is zo gestroomlijnd dat er nog genoeg ‘pink’ overblijft om niet te ontkennen…
‘Ik maak er nog kussens in hoor, een beetje stoere kleur, dat komt helemaal goed’, beloof ik. En deze zaterdag is het dus zover. Lief is vertrokken, de wasmachine draait en verder heb ik alle tijd om op zolder nieuwe kussenhoesjes te maken. Met uiterste precisie neem ik de rits uit een afgedankt kussen en stik die in de (eerst netjes omgezoomde) coupon. Als de ene helft zit kijk ik tevreden naar het stiksel aan de goede kant van het werk. Maar dan blijkt dat het draad aan de achterkant van het werk allemaal ‘lussen’ vertoont. Ook al zie je daar straks niets meer van, het is mijn eer te na. Ik haal de spoel eruit en plaats die opnieuw. Maar dat helpt niet. Dan besluit ik de man te bellen die álles van mijn machine weet en recentelijk nog onderhoud heeft uitgevoerd. ‘Als ze aan de ónderkant lust, zit er aan de bóvenkant te weinig spanning. Even opnieuw de boven-draad doorvoeren, voetje omhoog zetten (dan trek je de draad ‘licht’ door), daarna voetje naar beneden, dan moet het wat zwaarder gaan en zit er genoeg spanning op’.
Cruijffiaanse uitspraken, ik hou er wel van. Geen speld tussen te krijgen.
Komende week komt mijn Rotterdamse vriendin een paar dagen logeren. Er is aardig weer voorspeld. Alle tijd én aanleiding dus om met mijn armen over elkaar te wachten op het appél. Op een pinkkleurig kussen!