Een ‘inclusieve samenleving’…Vanavond hoor ik de term in dit verband echt voor het eerst als in het journaal beelden van de verstoorde sinterklaasoptochten worden afgewisseld met commentaar van voor- en tegenstanders. Een zeer jeugdige activiste gebruikt het woord als ze op verongelijkte toon aangeeft dat ‘ze’ helemaal geen onrust veroorzaken maar ‘juist heel vredelievend opkomen voor een inclusieve samenleving en de kinderen beschermen tegen zoveel onrecht’.

Een inclusieve samenleving. Beetje een jeukwoord. Zo’n woord dat voordat je het op hebt kunnen zoeken al in de mode raakt. En in combinatie met de woorden ‘opkomen voor’ direct een negatieve lading krijgt.

Bad timing. Bewust, ook dat nog. Ik voel weerstand tegen de gedachte dat het tegenwoordig ‘normaal’ is dat er mensen zijn die er een dagtaak van maken om ergens ‘tegen’ te zijn. En daar alle podia voor aangrijpen, ruimte nemen en krijgen. Omdat vrijheid van meningsuiting in ons grondrecht staat.
En omdat dat een groot goed is.

Vorig weekend was het St. Maarten. Ook een kinderfeest. In dit geval stond niet de intentie van het feest ter discussie, maar de dag waarop het gevierd werd. Dit jaar viel St. Maarten op een zondag. Reden tot ophef in een aantal christelijke gemeenten. Het uurtje in de vroege avond zingend langs de deuren gaan moest maar naar de avond ervoor geschoven worden. Ik begrijp daar echt niets van. Wat is er mis met zingen op zondag? Wat is er mis met vrijgevigheid op zondag? En – belangrijker – hoe leg je dat uit? Of lég je dat niet uit? Naast mijn irritatie dat mensen die zelf kunnen terugkijken op een leuke jeugd nu met hun volwassen verzet rechtstreeks het plezier van kinderen overschaduwen word ik er ook recalcitrant van. Zaterdag hing er bij onze voordeur een foto van een mand met snoepgoed en de welsprekende quote ‘Wij vieren 11 november alleen op 11 november’. Het was natuurlijk een daad van onvermogen. En wat was ik blij dat er niemand zingend voor de deur stond. Ik had het vast niet over mijn hart kunnen verkrijgen om wél het buitenlicht aan te hebben en níet open te doen.

Op zondagmiddag om vijf uur was alles in gereedheid voor een gastvrij onthaal van de kinderen met lampionnen. Achteraf beschouwd had mijn Lief gelukkig voorspellende gaven mee laten wegen bij de inkoop van het fruit en snoepgoed. Er zat niets bij waar hij zelf zijn neus voor ophaalt;-). Dit St. Maartenfeest gaat de boeken in als merkwaardig dieptepunt. Slechts twee (twéé!) jongetjes zongen ‘Sinte-Sinte-Maarten, de koeien hebben staarten’. Licht getinte jongetjes. Omdat het in dit land mág. Zingen. Op zondag. Iets aannemen van vreemden. Iets wat in de cultuur van hun voorouders waarschijnlijk meer vanzelfsprekend is dan wij hier ooit zullen begrijpen.

Vandaag bereid ik de kerstpost voor dit jaar voor. Voor de twaalfde keer gebruik ik een foto van een olieverfportret van mijn Lief op de voorzijde. Een portret dat recent geschilderd is. Dit jaar wordt het ‘Zandstorm’. Gebaseerd op een foto van Steve Mc Curry van vrouwen die in 1983 in Rajasthan (India) bescherming zoeken tegen een zandstorm. Toen was geluk blijkbaar nog heel gewoon. Want dwars door de grilligheid van de elementen vertelt deze foto een prachtig verhaal: over verbinding, geborgenheid, zorg voor elkaar onder alle omstandigheden.

Vijfendertig jaar na het maken van deze foto verpesten volwassen zielen twee kinderfeesten in één week. Laten hun onvermoeibare en steeds grimmiger wordende opdringerigheid het nieuws negatief domineren. Volgens mij heeft dat niets – maar dan ook echt níets – met een inclusieve samenleving te maken.

 

 

Naschrift: Een inclusieve samenleving is een samenleving waar iedereen tot zijn recht kan komen. Het maakt niet uit welke culturele achtergrond, gender, leeftijd, talenten of beperkingen iemand heeft. Iedereen neemt op een gelijkwaardige manier deel aan de maatschappij.

Geef een reactie