‘Kijk nou wat ik tegenkom!’. Het appje van mijn vriendin is vergezeld van Josefina, een olieverfportret van de hand van mijn Lief.

Zo’n ultrakorte regel tovert direct een glimlach op mijn gezicht. Een slordige honderdvijftig schilderijen zijn door HAN gesigneerd. Een derde daarvan is verkocht.

Behalve dat het onwaarschijnlijk inspirerend is om te zien en ervaren dat iemand echt ‘verdrinkt’ in een schilderij en er nog dagelijks gelukkig van wordt, was er bij ieder schilderij ook een extra cadeau…het cadeau van de ontmoeting. Het maakt dat niet alleen het schilderij een bijzondere plaats inneemt, maar dat het ook onlosmakelijk verbonden wordt met die ontmoeting, de sfeer, de omstandigheden, het verhaal. En Arthur wás zo’n verhaal. Uniek in zijn soort, een overweldigend sensitief groot kind, geheimzinnig en welbespraakt dichter en – zelfs voor een schrijver – met geen mogelijkheid in tekst te vangen.

In het eerste oktoberweekend van 2009 stond hij op de stoep. We deden mee aan de open atelierroute in onze stad en hielden open huis op zaterdag en zondag vanaf 12.00 uur. De woonkamer was een dag eerder omgetoverd tot een ware expositieruimte. Open haard aan, stokje wierook, passende achtergrondmuziek en zitjes met een hapje en drankje voor bezoekers die de tijd hadden. Aan de voorzijde wapperde de ateliervlag uitnodigend. Uit ervaring wisten we dat we deze twee middagen al gauw een honderd bezoekers konden verwelkomen.

Onze rolverdeling was – om het maar eens populair te zeggen – ‘organisch’ ontstaan. Bezoekers werden door mij ontvangen en van koffie, thee of iets anders voorzien en Lief stond, wat onwennig door alle aandacht, met een glas rode wijn in de hand te genieten van alle lovende reacties die hem ten deel vielen. Zo’n weekend is een behoorlijk energie-lek overigens, om de simpele reden dat je het niet gewend bent. Je huis is even van iedereen, de gesprekken zijn kort maar intens en je wilt dat iedereen zich comfortabel voelt. Dat betekent dat je de hele dag op je benen staat, tussendoor zorgt dat de faciliteiten fris en fruitig blijven, de kaarsen op tijd vernieuwd worden en niemand met een onbeantwoorde vraag het pand verlaat. Bovendien vergeet je van de weeromstuit te eten.

Maar ik dwaal af. Terug naar Arthur. In het atelierroute-weekend stond het portret van Josefina op een schildersezel in de hal. Die zaterdag in oktober 2009 deed ik de voordeur open en kruiste de vrijpostige, onbevangen blik van Arthur, die zichzelf voorstelde met een paar dichtregels die hem ter plekke invielen. De knaloranje gebatikte spirituele blouse kon niet verhullen dat hij van alles genoot dat het leven hem te bieden had. Ik weet vandaag nog steeds niet wat er gebeurde, maar hij zag achter mij in de hal het portret van Josefina en sprak de onsterfelijke tekst ‘Ik ben al klaar, door de liefde getroffen’.

Een dag later kwam hij terug, ditmaal vergezeld door zijn bejaarde moeder, zijn vrouw, zoon en zijn vriendin. Maar hoeveel mensen hij ook meenam, Arthur zelf bleef het centrum van het universum, zelfs als hij alleen maar gelukzalig naar zijn moeder keek.

Arthur haalde zijn moeder – een rasechte Amsterdamse – ieder weekend op bij het verpleeghuis. Mantelzorg, maar dan op een manier die ik nooit eerder in deze vorm heb gezien. Er bestond een meer dan bijzondere relatie tussen die twee mensen. Hij was nog altijd haar kind. Een paradijsvogel. Háár paradijsvogel. Ze kon niet anders dan liefde voor hem voelen.

De aankoop van Josefina was haar cadeau aan Arthur en zijn vrouw. We spraken af het werk enkele dagen later thuis te komen brengen. Op de afgesproken dag stond op het adres van Arthur de voordeur wagenwijd open. Geïmproviseerde, live gespeelde klassieke pianomuziek bereikte onze oren al in de voortuin. Eenmaal binnen zat de getalenteerde zoon verheugd achter de piano, stonden vrouw en vriendin in de keuken voor de voorbereidingen van wat lekkers om het te vieren en zat moeder op haar vaste plek verwachtingsvol naar ons te kijken. Zelden hebben we ons zo bijzonder, ongemakkelijk en vooral speciaal gevoeld.

Arthur was erin geslaagd om in het rijtjeshuis aan de binnenkant een sfeer te scheppen waardoor je niet uitgekeken raakte. En hij had nog iets, hij wilde me graag de spannende achtertuin laten ‘ervaren’. Dat kon alleen als ik niet zou kijken. Toch onder de indruk van de hele entourage besloot ik geen spelbreker te zijn en liet mij door Arthur geblinddoekt aan de hand mee de tuin in voeren. Daar voelde ik de sporten van een houten ladder en klom omhoog. Eenmaal boven aangekomen mocht de blinddoek af en bleek ik mezelf in een boomhut te hebben gehesen.

Josefina kreeg een centrale plek in de woonkamer, de eerste periode althans. De vrouw van Arthur was directeur op een school en wilde Josefina graag op haar kantoor een plek geven. Omdat ze er zelf blij van werd, maar ook omdat het portret de soms ingewikkelde gesprekken daar wat licht en lucht zou geven.

Josefina is één van de portretten waar een groot publiek blij van wordt. Een prachtig, kleurrijk en intens portret van een meisje met ogen waar je in verdrinkt. Ik weet wel waarom Arthur ‘door de liefde getroffen’ werd. En daarmee weet ik ook waarom het nu – 10 jaar later – op de school van zijn vrouw gespot werd door mijn vriendin.

Zoveel liefde moet je zien en ervaren. Daar komt geen tekst aan te pas.

Geef een reactie