Soms vliegt de wereld mij aan. Dan heb ik last van maatschappijbewustzijn. Teveel berichten waar ik niets aan kan verhelpen en die me aan het denken zetten of me zorgen baren. Deze week had ik zo’n dag.

 

Een greep uit de niets-aan-te-doen-categorie op de willekeurige dag in deze week: Renate Wennemars verhaalt in haar column over een burgerinitiatief om een eenzame oudere te bezoeken. Nadat ze tegenover zichzelf niet langer uitstel kan verantwoorden komt ze uit bij iemand die ruzie met de kinderen heeft en daardoor ook het contact met de kleinkinderen ontbeert. Ze krijgt het gesprek niet op gang en begrijpt dat ze de plank mis slaat omdat ze vooral voor haar eigen ‘padvindersgevoel’ mee deed. De brandweer Amsterdam ‘smeet met miljoenen’. Een vrouw in een scootmobiel wordt beroofd en gaat achter de dieven aan…van 15 en 16 jaar. Ex-president Sarkozy is in hechtenis genomen vanwege een schimmige miljoenendans met Libië.

Het onderzoek naar het eventuele verband tussen sporten op rubberkorrels en het ontwikkelen van kanker bij kinderen en jongvolwassenen blijkt geen enkel verband op te leveren en stelt desondanks niet gerust.

Het referendum over de Wet op de inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) gaat over principiële zaken als veiligheid en privacy. Maar omdat het geheime diensten betreft weten we niet écht waar we nu voor of tegen gaan stemmen.

Binnenkort zullen diplomaten die zich bijvoorbeeld misdragen in het verkeer, op een ranglijst worden geplaatst. Dat lijkt goed nieuws. Lijkt. Want deze ‘openbare lijst’ vermeldt uitsluitend welke landen het vaakst ‘in de fout gaan’. Vanwege de privacy zullen diplomaten niet met naam en toenaam worden genoemd. ‘Eens onschendbaar, altijd onschendbaar’ (Verdrag van Wenen, red.). Alsof het vandaag allemaal nog niet heftig genoeg is, lees ik dat er – echt waar! – een zwarte lijst van bewindvoerders bestaat. Dat zijn dus mensen die opgeleid zijn om je te helpen je (financiële)leven weer op de rit te krijgen, maar die je blijkbaar vanwege zelfzucht nog verder in de rode cijfers drukken.

Net als ik het idee heb dat ‘koffie, véél koffie’ het enige is dat op deze dag nog enige geruststelling kan verzorgen verraadt de blieb op mijn smartphone een bericht van kleindochter. Zowel zij als haar grote broer waren al voor de kleuterschoolleeftijd vertrouwd met alles wat een schermpje heeft. Het mankeert er nog maar aan dat ze niet over de televisie wrijven in de verwachting dat ze zo naar een ander net kunnen swipen. De afgedankte smartphones van hun vader maken het mogelijk om – wanneer ze maar willen – te appen. Kleindochter voldoet aan het stereotiepe beeld dat meisjes per definitie de meeste tekst hebben.

Blijkbaar zit ik deze week in haar systeem, want sinds gisteren probeert ze op voor mij onmogelijke momenten contact te leggen. Zo krijg ik – nog in bed – een foto van haar huiswerk-makende-broer. Gevolgd door een poging tot een ‘WhatsApp-gesprek’. Paniekerig omdat ik – half wakker – niet gelijk het goede knopje indruk, stuur ik haar een berichtje en een foto van één van onze luierende katten. Doet het altijd goed, ze is er gek op.

‘Oma is nog niet zo handig met die Facetime gesprekken en drukt dan op het verkeerde knopje!’ omzeil ik het echte probleem. Zelf moet ik altijd iets overwinnen als ik ‘oma’ schrijf. Niet omdat ik me daar te oud voor voel, maar omdat ik zelf geen kinderen heb. De zoon van mijn Lief kreeg ik toen hij al ‘af’ was en stemrecht had. Toen schoondochter zwanger raakte zei ze ‘Een kind maakt geen onderscheid, het gaat gewoon een verbinding met je aan. Maak jij dus ook geen onderscheid. Je bent leuk. Of niet. Ingewikkelder is het niet’.

Nadat ik gisteren bij een kassa stond en opnieuw niet op kon nemen stuurde ik kleindochter het verzoek om even aan te kondigen als ze me wil bellen. Vanochtend appte ze haar plannen voor vandaag, ze zou na het voetbaltoernooi bellen. Maar blijkbaar is er toch nog wat eerder tijd. Ze kan niet facetimen (bellen met beeld), maar bedient zich van het microfoontje in de app. Nog met een gefronst voorhoofd vanwege alle berichten in de krant druk ik op het microfoonpijltje in mijn WhatsApp-beeldscherm. Een heldere meisjesstem met een onmiskenbare ‘kinderen-voor-kinderen-R’ breekt mijn humeur.

‘’Trrrouwens oma….je kan me nú wel appen!’ ….Direct gevolgd door een tekstwolkje ‘ik bedoel bellen’. Als je acht bent is multitasken nog een hele kluif.

Natuurlijk bellen we. We prietpraten vijf minuten, dan is het tijd om haar leven weer in te rennen. Nog een leven zonder al teveel fronsen. Met zorgjes die in de categorie ‘daar- kunnen-we-wat-aan-doen’ vallen.

Ik vouw de krant dicht, pak een kop koffie en druk nog vijf keer op de repeat knop. ’Trrrouwens oma….je kan me nú wel appen!’ . Instant oplossing voor moeilijke momenten. Het wereldnieuws laat ik de rest van de dag links liggen. Eerst eens kijken of ik hier een ringtone van kan maken.

Geef een reactie