Twee vrije doordeweekse dagen, met een overnachting bij mijn moeder. Ik heb het goed gepland en de belangrijkste opdrachtgever op de hoogte gebracht. Niets in de weg.

 

Onlangs bestelde ik een nieuwe stofzuiger voor mijn moeder. In een speciale uitvoering. Curry-geel. Zij bankiert handmatig en postte per omgaande haar betaalopdracht aan mij. Mijn moeder is niet dyslectisch. Haar bank blijkbaar wel. Achter de bijschrijving staat op mijn overzicht ‘Miele slofruiger’.

Vijf weken na de levering blijf ik een nachtje over bij mijn moeder. Ze vraagt me eens naar de stofzuiger te kijken. Of ze soms iets verkeerd doet, want de slang blijft niet in de zuiger zitten. En het zuigt nogal zwaar. Bovendien laat de borstel de kleine kruimels liggen. Ik kan me niet voorstellen dat het allemaal ‘bedieningsfouten’ zijn. ‘Heb je de pakbon nog?’ informeer ik terwijl ik er met geleerde blik naar kijk. ‘Natuurlijk!’. Binnen 30 dagen kan elk artikel zonder opgaaf van redenen kosteloos geretourneerd worden. Ik ben een week te laat gaan logeren bij mijn moeder. ‘En ik heb de doos ook niet meer’ raadt zij mijn gedachten.

Voordat ik met de klantenservice van Bol.com bel heb ik mezelf overtuigd dat ze echt pech heeft met dit maandagmorgengevalletje. Curry-geel of niet, deze mag retour. Ik ben verrast door de soepele reactie aan de andere kant van de lijn. Blijkbaar heeft de man ook een moeder op 225 kilometer afstand wonen, zijn inlevingsvermogen is prijzenswaardig. Te laat, geen doos meer, het is allemaal ‘geen probleem’. Hij mailt me een barcode waarmee ik de volgende dag in een bananendoos de hele zending toch nog kosteloos mag retourneren. Binnen vijf dagen zal het aankoopbedrag weer op mijn rekening staan en voor al mijn moeite krijg ik nog een cadeaubon van vijftien euro op mijn account bijgeschreven.

De volgende ochtend staan er een paar zaken op het programma, maar we beginnen met het organiseren van de bananendoos bij de plaatselijke supermarkt. Ik neem een extra doos mee om een stuk karton uit te knippen zodat we het grote gat in het deksel kunnen dichten. In de kofferbak van de auto doen we de wisseltruc: de stofzuiger met losse toebehoren uit het boodschappenwagentje overhevelen in de bananendoos. De rest kunnen we vast bij PostNL regelen.

Het is net tien uur als we daar binnen stappen en we treffen het. Althans, dat denken we dan nog. De twee dames achter de counter staan namelijk hun eigen levens bij te praten en kijken met licht moeizame blik van ons naar de bananendoos die we binnendragen. Ik leg uit wat de bedoeling is en vraag of ze een schaar en wat plakband hebben om de boel stevig en veilig aan te kunnen bieden voor verzending. ‘Plakband ligt daar’ zegt één van hen, terwijl ze met enige tegenzin een schaar op de toonbank legt. Ik begrijp dat er niets anders op zit dan een rol ducktape aan te schaffen en knip met de botte schaar eerst een stuk karton uit de extra meegebrachte doos. De dames zetten hun conversatie voort en werpen – zonder écht te kijken – af en toe een blik op mijn gestuntel met het tape en de botte – eeuwig réchtshandige! – schaar.

Zíj weten het nog niet, maar op zulke momenten ben ik op mijn best. De vastberadenheid om hier in elk geval te vertrekken zónder stofzuiger-in-bananendoos moet van mijn rug af te lezen zijn.

Mijn moeder is er wat ongemakkelijk onder. Ze heeft hele goede ervaringen met de franchisenemer van deze vestiging, maar die is er nu niet. Ze besluit vast de tape af te rekenen, de dames staan er toch. ‘Ja maar u moet het pakket ook nog afrekenen straks’, proberen ze het aan het werk gaan nog even uit te stellen. Ze ontberen niet alleen gevoel voor dienstverlening, ze zijn ook nog doof. Bijna in koor zeggen mijn moeder en ik dat we deze retourzending niet hoeven te betalen.

Een kwartier later staan we buiten. Met een aangebroken rol ducktape, de restanten van de extra doos en de barcode van de zending. Onze triomfantelijke blik spreekt boekdelen.

Op naar de naaimachinereparateur, haar machine heeft wat onderhoud en een kleine reparatie nodig. Die is gevestigd in een woonboerderij aan de rand van het dorp. Een gezellige winkel-aan-huis, waar we gastvrij onthaald worden. Bij vertrek brandt er een relais, er hapert iets aan mijn verlichting. Ik steek de weg over naar de garage, er moet een remlicht en een gewoon achterlicht vervangen worden. Een kwartier en vijf euro later kunnen we op pad voor de rest van onze plannen. Daar krijg ik het in mijn eigen stad niet voor gedaan.

We rijden naar Goes en kopen een nieuwe stofzuiger van één van de merken die zich verenigd hebben in het aanbieden van universele – lees betaalbare – stofzuigerzakken en uitstekende filters. Nu we toch in de stad zijn, kunnen we gelijk eens even samen kijken naar een andere mobiele telefoon. Niet teveel poespas, bellen, smssen is genoeg. Ook dat lukt.

Om kwart over één stappen we binnen. Terwijl mijn moeder een broodje smeert pak ik de nieuwe aankopen uit, test de stofzuiger en programmeer de belangrijkste zaken op de nieuwe mobiele telefoon. Dat is even wennen als je van de smartphones bent. Om half drie reis ik af.

Vrijwel gelijk met mij arriveert thuis ook Vriendin. We gaan met zijn drieën naar het theater en ze eet gezellig mee. Onderweg heb ik nog even tien minuten op een parkeerplaats mijn ogen rust gegeven, want het waren gezellige, maar vermoeiende dagen met weinig nachtrust. De voorstelling ‘Vele hemels boven de zevende’ is vanaf de eerste minuut boeiend en verrassend en we praten lang na. Vriendin besluit te blijven slapen. Als ze zaterdagmiddag vertrekt tref ik boven mijn nog volle weekendtas van twee dagen Zeeland.

 ‘Het was vast lekker uitbuiken en relaxen die twee vrije dagen’ appt mijn opdrachtgever ergens tussendoor. Ik geeuw nog eens uitbundig en denk aan bananendozen, stofzuigers, naaimachines, mobiele telefoons, kapotte verlichting en ducktape. Maar de missie is geslaagd; het uitbuiken en relaxen kan beginnen.

Geef een reactie