Deze week is het ineens zover…in het overleg met de directie van het bedrijf waar ik de marketing en communicatie voor verzorg wordt besloten mij een e-mailadres toe te kennen. Reuze handig als ik voor een nieuwsbericht eerst even contact zoek met een betrokken externe partij. Het is lang geleden dat ik een mailadres van een echt bedrijf aan mijn naam gekoppeld had. Onder de bedrijfsgegevens en een logo stond altijd mijn functie. Een vanzelfsprekendheid die met het werken vanuit mijn eigen bedrijf overboord ging. Ik betrap me erop dat ik gelijk in een oude rol schiet en vraag hoe ze mijn functie willen noemen als ik namens hen naar buiten treed.

Het mag marketing manager worden. Een eenpitter die zich manager noemt. Dat wordt ‘m niet.

Onderweg naar huis schiet me te binnen dat de vraag ‘Wat doe je’ eigenlijk zo snel aan iemand gesteld wordt. Ook door mij. Zelfs aan mensen die intussen met pensioen zijn. Het is voor mij de mix van nieuwsgierigheid en een spelelement. Er zijn nou eenmaal beroepen die nogal in de lijn der verwachting liggen als je goed naar mensen kijkt. Hun outfit, hoe ze je tegemoet treden, het type vervoermiddel, hun woordkeus. Zonder het uit te spreken kleur ik de plaatjes en schep er genoegen in als mijn verwachting blijkt te kloppen.

Ook mij wordt de vraag wat ik doe regelmatig gesteld. Met wat oefenen lukt het om tegenwoordig ‘Ik ben tekstschrijver’ te antwoorden. En toch wringt het bij tijd en wijle. Want dat ben ik, met hart en ziel zelfs. Maar ik ben, dankzij een rijke loopbaan in veel verschillende disciplines, nog zoveel meer. En die verschillende beroepen maken dat ik het als mijn persoonlijke voorraadkast beschouw waar ik van kan benutten wat ik nodig heb.

Lang geleden volgde ik de avondopleiding Sociale Dienstverlening in Rotterdam. De opdracht was om een keer met een klasgenoot mee te draaien in diens werkveld. Het was mijn kans om mee te gaan in een Rotterdams politiebusje. Om mijn burger-aanwezigheid nog enigszins gewicht te geven kreeg ik – nogal onaangekondigd – op straat de titel ‘officier van justitie’. Zet het vooral even in de tijd, want tegenwoordig maakt zo’n titel dat je beter een kogelvrij vest kunt aantrekken. Als tegenprestatie liep de agent in kwestie een keer mee tijdens mijn spreekuur bij de Sociale Dienst in een andere stad. Wijselijk vertelde ik niet wat hij normaliter deed, want dat zou de openheid van cliënten waarschijnlijk geweld aandoen.

De vraag die me bezighoudt is wat nu maakt dat iemand geloofwaardig is in een rol en functie. Is dat uitstraling of tellen vooral de competenties en inhoud? Op televisie volg ik een enkele keer een aflevering van ‘Het mooiste meisje van de klas’. Aan het eind van iedere aflevering wordt de vraag gesteld of het uiterlijk van de hoofdpersoon de levensloop positief beïnvloed heeft of niet. Het programma heeft er patent op de hoofdpersoon te selecteren op een geweldige flamboyante jeugd en veel drama in het persoonlijk leven, voordat er uiteindelijk rustig vaarwater is en geluk. De slotvraag is dan ook van een bijna voorspelbaar antwoord te voorzien. Want ja, natuurlijk heeft het mooiste meisje alle kansen benut om zo flamboyant te leven. En nee, natuurlijk heeft dat niets met écht geluk te maken.

Vorig jaar overwoog ik een samenwerking met een chocoladefabriek. Ik zou er mijn kantoor kunnen houden en tegelijkertijd aan hun evenementen vorm en inhoud kunnen geven. Workshops, kinderfeestjes, de ideeën regen zich aaneen.

Om er meer gevoel bij te krijgen woonde ik een workshop bij. Daar leerde ik Mireille –begeleider van een groep deelnemers – kennen. Mijn nieuwsgierigheid maakte dat ik vroeg of ze dit werk al lang deed. Daar kwam een levensverhaal achter tevoorschijn dat ik destijds in een Parel heb gevat. Omdat we contact wilden houden gaf ik haar mijn telefoonnummer en mijn voornaam.

Recent vroeg ze me of ik op tekstgebied ook wat kan betekenen voor het bedrijf van haar partner. We spraken af. Na een middag brainstormen wilde ze via een app wat eerste informatie uitwisselen. ‘Kijk’ zei ze, onderwijl haar smartphone naar mij toedraaiend. ‘Zo sta jij in mijn telefoon. Ik wist destijds alleen je voornaam’. ‘Erica Chocoladefabriek’.

Ineens weet ik het zeker. Je hoeft geen titel op je visitekaartje te zetten om iets te zijn. Marketing van je talenten gaat maar om één ding; ben je geloofwaardig als persoon.

De samenwerking met de chocolademannen is op niets uitgelopen. Maar deze ‘Erica Chocoladefabriek’ heeft de opdracht van Mireille en haar partner in dankbaarheid aanvaard.

Geef een reactie