De tweet laat er geen misverstand over ontstaan: Jinek is vrolijk zwanger. Haar veranderende hormoonhuishouding maakt dat ze zichtbaar sneller emoties toont, soms zelfs buiten haar professionele wil om. De krant doet er nog een schepje bovenop door melding te maken van haar extreme lachaanvallen.

We hebben elkaar een half jaar niet gezien. Hij heeft een restaurant uitgekozen waarvoor we beiden vanuit verschillende windrichtingen een ruime drie kwartier in de auto zitten. Het treft, het is de hele week al stralend weer, we kunnen bijpraten op het overdekte terras.

Het restaurant ligt aan een weg waar je niet zo snel zonder aanleiding over de stoep loopt. Eén van de obers begroet mij al uitbundig als ik nog moet oversteken. Zijn collega praat tegen mijn vriend, die daar zichtbaar schik om heeft. ‘Ah, mevróuw Lars is er ook!’. Mijn blik schiet van de gezellige ober naar Lars en weer terug. Schaapachtig zeg ik deze nieuwe benaming graag aan te willen nemen. De toon is gezet deze avond.

Lars zit aan een biertje en ik vraag om een droge witte wijn. De ober heeft er zin in vanavond. ‘Goeie keus!’ jubelt hij. Maar voordat hij aanstalten maakt om mijn goeie keus bij de bar op te halen moet hem nog iets van het hart. ‘Ik was pas op cursus en daar had ik een vraag over wijn. Waarom spreken we over een ‘droge’ wijn terwijl die wijn helemaal niet droog is?’. Ik heb er zo gauw geen antwoord op, maar laat de enthousiasteling nog even doorratelen. Als hij – na enig aandringen – dan toch op pad gaat voor mijn natte droge wijn krijg ik te horen waarom ik vanavond Mevrouw Lars ben. De ober struikelde over zijn achternaam in het reserveringenboek. Lars spotte daar zijn voornaam en zei ‘Daar luister ik ook naar’.

We hebben veel uit te wisselen. Te beginnen met het fietsongeluk dat mijn vriend behoorlijk gehavend heeft. Hij is door de achterruit van een oude Mercedes geschoten en bekocht dat met 17 hechtingen en een geplakte neus. Helm kapot, fiets wonder boven wonder geen schade. Net boven zijn wenkbrauw zit een fiks onderhuids litteken. De rode vlek doet me denken aan Gorbatsjov.

Onze ober is geïntrigeerd door de rode vlek. ‘Heb je veel bloed nodig gehad?’ informeert hij. ‘Helemaal niet’. Op de één of andere manier voelen we aan dat we niet te enthousiast op elke vraag in moeten gaan, want dan is de ober wél bijgepraat, maar wij nog niet als we huiswaarts gaan.

Ook als we onze keuze uit het menu hebben bepaald, is het antwoord weer ‘Goeie keus!’. Daar zijn we blij om. Veronderstel dat de ober zijn neus zou ophalen, wat dan?

Terwijl we geanimeerd in ons eigen gesprek verzeild raken, worden de tafels om ons heen ook in gebruik genomen. Een groep van acht vrouwen. Een ouder echtpaar met twee labrador retrievers. Een jong stel. Ze worden allemaal verwelkomd door de man die als een ware propper* aan de straatkant verbaal de loper uitlegt. Hij heeft duidelijk niet achteraan gestaan bij het uitdelen van het stemvolume.

Onze ober heeft het ineens druk gekregen. Zijn wat hoge stem verraadt een vast patroon als hij de bestelling opneemt. Het gonst ‘Goeie keus!’ bij de tafels om ons heen. Eigenlijk is het heel ontspannend, zo’n restaurant waar alles net een tikkeltje anders wordt aangepakt dan je verwacht.

We zitten net te genieten van het hoofdgerecht als de propper volkomen onverwacht en op roeptoetersterkte aan ons tafeltje van wal steekt. Van dichtbij zie ik goed dat het nog maar een jongen is. Een jongen in een groot lichaam. Hij schuttert ineens wat, zich bewust van de toch wel brutale opdracht die hij geaccepteerd heeft. ’Ik moet van hun vragen of jullie verliefd zijn!’. Hij schatert het uit. De vraag stellen is eigenlijk leuker dan het antwoord afwachten. Maar hij is zo ontwapenend zichzelf, dat het me geen enkele moeite kost om op hetzelfde volume antwoord te geven. ‘Verliefd?! Nee joh, wij zijn hele goeie vrienden en hebben elkaar lang niet gezien. Ik hou wel van Lars, maar we zijn niet verliefd hoor!’. Hij gelooft me.

Rond negenen horen we dat het restaurant wil gaan afsluiten. We plannen een nieuwe afspraak over drie maanden, rekenen af en staan voor het restaurant nog even na te praten.

Als onze ober naar buiten loopt om zijn fiets te pakken heeft hij nog steeds tijd voor een praatje. ‘Wat zie je er mooi uit, had je een bruiloft vandaag?’ informeert hij, wijzend op het colbert dat Lars heeft aangetrokken. ‘Nee joh, ik kom van mijn werk. Bovendien, ik ga met mijn vriendin uit eten, dan trek je toch iets aardigs aan?!’

‘Je vriendin?!? Je v-r-i-e-n-d-i-n..?!? Dus als ik het goed begrijp ben je getrouwd én heb je een vriendin? Hij wacht het antwoord niet af. Doe je goed! Maar ik begrijp nu wel waarom je er zo uitziet!’ vervolgt hij, wijzend op de Gorbatsjov-vlek van Lars. En weg is ie, ons schaterend achterlatend.

Met de lach nog op mijn gezicht rijd ik terug naar huis. Wat een gedenkwaardige avond, op alle terreinen.Vanavond was ik Mevrouw Lars. Ik had vanavond verliefd kunnen zijn, vreemd kunnen gaan of een bruiloft kunnen hebben. Het was allemaal niet het geval. Maar het was lang geleden dat ik zo hard heb gelachen. En ik hoef er gelukkig niet zwanger voor te worden.

 

*Een propper is een persoon die (vooral in populaire vakantiegebieden) probeert om mensen naar een uitgaansgelegenheid te lokken.

PS

Duitsland werd door Zuid Korea naar huis gespeeld. Lars verloor zijn weddenschap. Naast een lawine aan flauwe grappen en appjes mag hij een etentje voor zijn rekening nemen. Ik heb nog wel een aanbeveling. http://www.prinsheerlijknijkerk.nl/is een restaurant met een bijzondere missie en dito bediening: mensen met een verstandelijke beperking tot hun recht laten komen.

 

 

Geef een reactie