Het mooie weer tempert net op tijd. Om mij heen wordt aanstalten gemaakt om uit het vakantieritme te komen. Dat valt voor de één meer mee dan voor de ander. Er zijn mensen die de reis uitvieren tot de laatste dag en op die energie fluitend de eerste werkweek met te korte nachten doorstaan. En er zijn mensen bij wie hun frons als een litteken in hun bruine gezicht geëtst is: op de vraag of ze genoten hebben is hun eerste reactie dat ze maandag ‘alweer moeten gaan werken’.

De omgeving helpt gelukkig een handje mee. Sleurhutten verdwijnen weer uit het straatbeeld, de laatste schoolspullen worden aangeschaft, boeken gekaft, slippers en korte broeken verbannen tot volgend seizoen en zomerse haardossen weer beteugeld. Ik houd van die rituelen en pik er bij de leukste graag een graantje van mee. Zo geeft de weekendkrant ruim baan aan verhalen over leerlingen die naar het voortgezet onderwijs gaan. En is er massaal en hartstochtelijk gereageerd op de vraag welke docent onmiskenbaar van grote invloed is geweest op het verdere leven van de lezers.

Ontroerend. Ontroerend om in de zinnen van volwassenen het kind te herkennen dat dankzij die ene docent – die het zich lang niet altijd bewust was in het moment – begreep en ervoer wat er nodig was om gelukkig te worden. Het kind dat iets leerde wat tot de dag van vandaag heeft geholpen op momenten waarin dat geluk buiten bereik was. Volzinnen over zelfvertrouwen, levenslessen, amateurpsychologen en natuurtalenten.

Als vanzelf dwaal ik af naar mijn eigen middelbare schooltijd. Geen tijd van zware verhalen of een kwetsbare kinderziel. Bij mij was de uitdaging vooral om me te motiveren iets aan huiswerk te doen. Ik zie de stijve schooltas  voor me die – hoe ik ‘m ook vulde – alleen tegen het onderstel van de schoolbank goed bleef staan. Ik verruilde die binnen de kortste keren voor een ‘pukkel’ die voldoende ruimte bood aan de boeken voor een lesdag. De atlas paste er niet in, wat mij steevast het excuus ontlokte ‘Sorry, vergéten!’. En de agenda die – het zat er al vroeg in;-) –  aan het eind van het schooljaar mijn dagboek was geworden en op zijn mooist was.

Middenin mijn middelbare schooltijd verhuisden we van mijn geboortedorp in Noord-Holland naar Delft. Mijn theatrale puberbrein was heftig in verzet. Totdat ik na de zomer aardrijkskunde en geschiedenislessen kreeg van Adri en Ruud (achternamen om privacy redenen niet vermeld ). Ze waren jong, droegen de goede jeans, wisten door smeuïge verhalen de aandacht in hun lessen heel goed vast te houden en hadden humor. Het klassenfeest, danslessen geven in de gymzaal, de werkweek, alles werd met deze docenten een stuk interessanter. Niet dat er van de lesstof me iets is bijgebleven waar ik tot de dag van vandaag nog plezier van heb. Mijn aardrijkskundige kennis is vooral in Nederland goed ontwikkeld dankzij vele kilometers woon-werkverkeer in alle windrichtingen. En voor de geschiedenis van ons land ben ik me pas ver ná mijn schooltijd gaan interesseren.

‘Mijn moeder heeft mijn diploma gehaald’ heb ik dan ook lang als quote opgevoerd als ik pubers tegenkwam die er – net als ik – geen zin in hadden. Maar dat is maar de halve waarheid. De goede band met Adri en Ruud leverde een niet onbelangrijke bijvangst op…de voldoende bij het mondeling eindexamen bleek van doorslaggevende waarde voor het behalen van mijn diploma.

In de krant van dit weekend staan een paar docenten die met een leerling uit hun klas ‘iets’ kregen. Stuk voor stuk zijn ze er tot de dag van vandaag nog steeds mee getrouwd. Met de wijsheid van vandaag begrijp ik dat zulke dingen gebeuren. Piepjonge docenten en vroegrijpe zittenblijvende tieners die hen continue op het verkeerde been zetten. Eén van hen noemt het de tijdsgeest. Daar zet ik vraagtekens bij. Ook vandaag kan het iedere docent gebeuren. Net zoals ook vandaag iedere leerling een docent nodig kan hebben die oog heeft voor zijn of haar persoonlijke belemmeringen of situatie. Misschien nog wel meer dan ooit.

Ook onze kleinzoon gaat maandag naar het voortgezet onderwijs. Al vijf jaar weet hij dat hij bioloog wil worden en gelukkig maakt het schooladvies dat ook mogelijk. Zijn boeken zijn gekaft, hij is er klaar voor. Hij is slim, zorgzaam, sportief en serieus.

Natuurlijk, hij is niet de enige met gescheiden ouders. En hij heeft een goede band met allebei. Doordeweeks voor ritme, regelmaat en huiswerk op één adres is de afspraak. En als het niet bevalt kan en mag hij het zeggen. En toch wringt het een beetje, dwars door alle leuke, ontroerende verhalen heen. Want die slimme, zorgzame, sportieve en serieuze bioloog-in-spe staat met zijn 12e levensjaar pas aan het begin van een levensfase die hij nog helemaal moet veroveren. Zeker, hij is er klaar voor. Nu ik nog.

Geef een reactie