’n Stroomversnelling in de maand september. Anders kan ik het niet noemen. Het renpaard mag van stal.

Het is een vergelijking die ik de laatste jaren iets te vaak in mijn mond genomen heb, maar die feilloos onderstreept met welk gevoel ik mij ‘geparkeerd’ voelde. Geparkeerd door een reorganisatie, die mij voor de komende jaren buitenspel zou zetten. Geparkeerd door mijn bouwjaar, waardoor alle energie om fantastisch gemotiveerde sollicitatiebrieven te schrijven steeds meer door het putje ging en het smoezenboek van afwijzingen in herdruk kan. Geparkeerd door een pijnlijke generatiekloof met mensen die mijn sollicitatiebrief terzijde leggen omdat ze zich al op papier de mindere van mij voelen. Geparkeerd door mensen die – zonder mij te kennen – blijkbaar precies weten waarom ik niet in hun vakje pas, parttime wil werken, onbetaalbaar ben, een vaste oma-oppasdag heb, de nieuwe media niet kan bijbenen of door de overgang met vage klachten voor uitval zorg.

De trend is in het voorjaar al ingezet. Het begon met de beslissing om niet meer te gaan solliciteren. Elf woorden, die na de eerste onwennigheid vrijwel direct mijn zelfvertrouwen weer op peil wisten te brengen. Het laatste half jaar had ik daarop behoorlijk ingeboet. Geen werkloosheidsuitkering meer, nog niet voldoende inkomen uit opdrachten en voor het eerst in bijna veertig jaar géén kostwinnerschap. In de praktijk was het nog steeds heel goed leefbaar. Maar moreel gezien niet. Je ebt dan toch een beetje weg. Denkt ’s nachts – als je stuitert van de energie waar blijkbaar niemand op zit te wachten – vaak na óf en vooral wanneer het tij nog gaat keren. Vraagt aan mensen die je in je werkzame leven heel goed kennen waar je blinde vlek zit, wat je misschien hebt laten liggen. Het bleef oorverdovend stil.

Toch bleek het een keerpunt, de beslissing om niet meer bezig te zijn met wat er nog niet lukte. Met mezelf kan ik het namelijk heel goed vinden. En ‘vervelen’ of ‘met mijn ziel onder mijn arm lopen’ zijn termen die in mijn woordenboek niet voorkomen.

Vanaf mei heb ik de hele zomer door een ‘normaal inkomen’ weten te verdienen. Met werk waar ik blij van word. En klussen waar ik op alle vaatjes waar ik uit kan tappen word getriggerd. Natuurlijk, het is nog geen gelopen race. Van alles wat in de voorliggende 3,5 jaar is weggestreept zijn er echt wel zaken die opnieuw op mijn wensenlijstje staan.

Maar deze maand weet ik het zeker….ze hebben het nakijken. Aan gruzelementen gaan ze, alle stigma’s die kleven aan een 57-jarige mevrouw die in een polder woont waar je ‘nog niet dood gevonden’ wil worden. Een polder waar ze ruziemaken over álles. De luchthaven, het natuurgebied, de politiek…

Grappig, je kunt over veel dingen nadenken, mijmeren, dromen en plannen maken, maar het heeft niets met ‘regie’ te maken. Je voelt pas dat het gaat gebeuren als je zintuigen het vertellen…

Het renpaard mag van stal. Het snuift, trappelt, hinnikt en lacht de tanden bloot. Het heeft geen bit en sporen nodig om hard te werken. Het kan zelfs zonder berijder. Het heeft alleen de ruimte nodig. De ruimte van een prachtige polder.

 

Geef een reactie