‘Het is een schat van een vrouw, maar dit is echt een weeffout in haar karakter.’

Altijd wat melancholisch gestemd in de laatste maand van het jaar, passeren mensen en situaties in willekeurige volgorde mijn gedachten.

Ik heb hem een paar maanden niet gesproken. Geen bericht, goed bericht, het typeert onze relatie. Benieuwd hoe het hem vergaat stuur ik een digitaal kattebelletje. Binnen de minuut belt hij. Alsof de vraag als geroepen komt. Hoewel we van nature allebei nieuwsgierig zijn en graag eerst de ander ‘uithoren’ brandt hij gelijk los. Het pijnpunt is jaloezie. Allesvernietigende jaloezie. Een vorm die lijkt te verwijzen naar een laag zelfbeeld en de angst om hem te verliezen.

Na een rusteloos leven waarin niets is aan komen waaien heeft hij ein-de-lijk – eindelijk – een plek en een vrouw gevonden. Of eigenlijk andersom. Eerst de vrouw met wie hij oud wil worden en nu ook een plek, samen met haar. Dit is dus de liefde. Het wordt zijn keerpunt. Hij kiest ervoor om de tweede helft anders te spelen en gaat de schuldsanering in, bijt drie jaar op een houtje en intussen werkt hij zich letterlijk uit de misère. Met overgave, gedragen door de liefde, met plezier zelfs. De rechter roemt de zeldzaamheid dat het hem lukt om in die tijd 98% van zijn schuldeisers af te lossen. Hij hoeft niet meer om te kijken. Niet meer in een garage te slapen. De knop is écht om. Want ook als het niet meer hoeft, blijft hij consuminderen. Aflossen maakt plaats voor sparen. En nog meer sparen. Van een kwart ton schuldeisers naar een ingericht huisje en spaargeld op de bank. Voor het eerst in een halve eeuw voelt hij zich gesetteld, rijk, tevreden. Normaal is misschien nog wel het mooiste woord.

Na een paar lange relaties, afgewisseld met een paar vluchtige is trouwen voorlopig niet aan de orde. Zij wil dat graag, het voelt als een extra zekerheid dat ze bij elkaar horen, dat hij voor haar zorgt. Want ook zij zat in de schuldsanering. En heeft een complexe achtergrond waardoor haar zelfbeeld nauwelijks is ontwikkeld. Met haar angst kan hij omgaan, haar aanhankelijkheid en warmte zijn belangrijker. Bij wijze van verrassing laat hij haar naam groot tatoeëren op een goed zichtbare plek. ‘Zo, hoef jij je niet meer druk te maken dat ik vreemd ga, want als ik mijn overhemd uittrek heb ik wat uit te leggen’. Ze smelt ervan. In elk geval een aantal maanden.

Het sluipt erin, hij voelt het. De toon waarop ze soms vragen stelt als hij zegt waar hij heen gaat. Bepaalde nummers uit zijn telefoon die ‘ineens’ niet meer in het geheugen zitten. ‘Onzekerheid’, denkt hij dan nog. Maar onzekerheid wordt achterdocht. Als ze een paar dagen naar de zon gaan gaat het mis. In het restaurant van het hotel maakt ze een scene. Waarom hij op Facebook een bericht van de moeder van zijn kinderen heeft geliked.

‘Geliked hè, geen verhaal van 10 regels met een reactie van mij, nee, ge-li-ked!’ Het voorval dateert van deze zomer, maar voor hem is het gisteren. Hij staat op, klapt op de hotelkamer zijn laptop open en ‘ontvriend’ haar. ‘Nee, niet de moeder van mijn kinderen, maar háár’, voegt hij er nog maar eens nadrukkelijk aan toe. Daarna loopt hij terug naar het restaurant, waar zij hem vraagt wat hij gedaan heeft. Ze is inmiddels afgekoeld en zegt ‘Nou, laten we het maar vergeten, zullen we weer gewoon gezellig doen?’.‘Dat had je je beter tien minuten eerder kunnen bedenken’ is zijn ongezouten antwoord.

In de weken erna herneemt het leven zich weer. Hij zet de verloren contacten weer in zijn telefoon, beveiligt niet langer met het standaard wachtwoord maar met zijn vingerprint en belt van de weeromstuit om bij te praten met een vorige liefde.

‘Niet goed, ik weet het. Maar er gebeurde niets. Zelfs niet toen de loper nagenoeg voor me werd uitgelegd. Want ik wil het niet. Ik hoef het niet. Ik heb het nooit gedaan ook. Ik noem het mijn o zo belangrijke klankbord en waardevolle soulmate. Want ik ga hier nooit meer weg, ik laat haar niet alleen. Het is een fantastisch mens, maar met een weeffout in haar karakter’.

Veertig minuten later zeg ik gedag. Mijn blik valt op een tekst op de muur in mijn werkkamer: ‘Soms is het beter iets moois te verliezen. Beter verliezen dan dat je ’t nooit hebt gehad’.

Ik ken hem 40 jaar. We zijn qua taallenigheid aan elkaar gewaagd. Weeffout. Wat een mooi woord voor een vernietigende eigenschap.

 

Volgens Van Dale betekent weeffout (de; v(m); meervoud: weeffouten): 1 fout in weefsel, bij het weven gemaakte fout 2(figuurlijk) fout in de structuur of opzet van iets.

©Eerzs: Met toestemming gepubliceerd op 2-12-2018 om 00.10 uur.

 

Geef een reactie