Een getormenteerde ziel die zich niet kenbaar maakt is veel erger dan iemand die gewoon de confrontatie aangaat’.

‘Als ik zulke muizen op zolder had sloeg ik de kat dood en ving ik je zelf’.

De eerste zin moet ik twee keer lezen, de tweede zit direct als een magneet in mijn geheugen. Een blik in mijn inspiratieboekje maakt gelijk duidelijk dat de fraaie quotes of zinnen moeilijker te onthouden zijn dan rechttoe rechtaan taal die wat geweld wordt aangedaan. Hoe fouter, hoe eerder ik het niet meer niet kan onthouden. Soms valt een zin of zelfs maar een enkel woord zo uit de toon, dat ik spontaan vergeet waar ik mee bezig ben en aanhaak.

De eerste zin las ik in de krant een paar weken geleden en schreef ik vanwege de mooiigheid op. Met de beste wil van de wereld kan ik niet meer reproduceren waar het artikel over ging. Hoewel de liefhebbende dierenvriend in mij de tweede regel met gefronste wenkbrauwen aanhoort, weet ik nog precies welke boer dat over Marit, de vriendin van boer Wim uit BZV (red.) bij wijze van ‘compliment’ de ether in slingerde. Onderwerp, lijdend voorwerp, context, allemaal een fluitje van een cent.

Die reünie-aflevering moest het sowieso niet hebben van taallenigheid, want ook boer Marnix deed een flinke duit in het zakje met zijn ‘Als de koe niet in de wei staat kun je ‘m er ook niet uit halen…’. Heb ik toch afleveringen lang niet begrepen dat hij een koe zocht;-).

Drie weken geleden verscheen het boek ‘Rinkeldekink’ van Martine Bijl over haar revalidatieproces na de hersenbloeding die zij drie jaar geleden kreeg. Deze week werd er bij DWDD aandacht aan besteed. Drie herseninfarct-patiënten, mensen die proefondervindelijk weten wat zulke streken van het leven in de praktijk betekenen, deden hun verhaal en lazen een aantal hen in het bijzonder aansprekende alinea’s voor. Zo ook Ellen van Ree (freelance journalist/tekstschrijver, red.). Zij raakt met haar verhaal de kern van mijn diepst gewortelde angst: in een split second de totale controle over mijn spraak voor onbepaalde tijd verliezen. Het overkwam haar nog maar drie jaar geleden. Maar elke regel die er nu – ‘ik moet overdreven articuleren’– uit haar mond rolt is een parel. Met een mix van zelfspot, humor en levensenergie is ze verre van sneu of verdrietig. Zelf is ze groot fan van Martine Bijl: ‘Ze kan hard maken wat zacht is, en andersom. Ze kwispelt met taal’.

‘Kwispelt met taal’. Daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben, iedereen begrijpt wat ze wil zeggen. Iemand die zulke woorden achter elkaar kan zetten zonder nadenken bewonder ik. Benijd ik. Neem ik als voorbeeld.

In dezelfde uitzending schuift Epke Zonderland aan tafel. De meervoudig wereldkampioen aan de rekstok is dit jaar door Erik van Loenen uitgedaagd voor een heuse sportieve krachtmeting. Van Loenen neemt opnieuw deel aan de Special Olympics en heeft intussen al meer dan 50 medailles als turner op zijn naam staan. Zijn verstandelijke beperking weerhoudt hem nergens van. Hij blaakt van zelfvertrouwen, trekt iedere vraag als vanzelf naar zich toe en besluit iedere alinea met zijn strijdkreet ‘Epke Zonderland, ik kan je hebben!’.

Op de vraag aan Epke wat hij Van Loenen zou kunnen leren komt een verrassend antwoord: ‘Ik denk dat ík hier wat kan leren. Als sporters ook maar een paar procent van het grenzeloze zelfvertrouwen van Van Loenen hebben zouden hun prestaties daar echt beter van worden en konden ze er meer van genieten’.

Na zo’n uitzending kan ik er weer weken tegen. Geïnspireerd en dankbaar. Woordkunstenaars zitten in alle geledingen, zijn van alle rangen en standen. Het zijn geen verborgen getormenteerde zielen. Ze hebben geen geel hesje nodig. En de kat mag vrolijk muizen blijven vangen;-).

 

Geef een reactie