‘We vonden het een leuk gesprek. En willen je graag uitnodigen voor een tweede’. Het is meer dan me in de afgelopen 3 jaar ten deel viel en mijn hart maakt een sprongetje.
Er is een behoorlijk aantal belangstellenden, het blijft allesbehalve een gelopen race. Ze geeft me nog wel iets mee: het is een technisch facilitaire functie waarin een fors aandeel handson mentaliteit wordt verwacht. Daar zal de focus in gesprek 2 op liggen, want daar hebben ze nog niet zo’n beeld bij.

De HR-mevrouw is aardig, dat valt me al op wanneer ik in het eerste gesprek zeg dat ze de twijfelachtige primeur heeft mij als eerste – in drie jaar tijd – in mijn eigen stad te laten komen. ‘Hoe komt dat denk je?’ Ze vraagt het met een open blik. Voor mij is het een blinde vlek. Of in elk geval een vraag waar tot op heden niemand een eerlijk antwoord op heeft gegeven.

Een leuke parttime baan in een mij vertrouwd vakgebied. De gedroomde combinatie met mijn schrijfbedrijf. Dat denk ik als ik schrijf op de vacature. Dat denk ik als ik word uitgenodigd. En dat denk ik ook als ik thuis afwacht of er een vervolggesprek komt.

Gelukkig heb ik veel om handen. Er staan een paar offertes uit en daar komt een ‘ja’ op. Op mijn nieuwe website zijn nog een paar spreekwoordelijke punten op de i te zetten, dat kost ook een halve dag voorbereiden en een dag uitvoeren. Als ik bij mijn portfolio mijn deelname en ambassadeurschap voor Alpe d’HuZes vermeld, komen onwillekeurig allerlei herinneringen boven. Ik zie mezelf weer met een afgeladen Landrover naar Limburg rijden om ‘mijn jongens’ daar op een hoogstpersoonlijk opgetuigde lunchplek van alles te voorzien wat ze nodig hebben om de rest van de Amstel Gold trainingslus ook af te maken. Ook tóen deed ik al van alles in de combinatie van tekst en facilitair. Want er moest een benefietavond gedraaid worden, er was merchandising voor extra sponsoring en in de week van het evenement was ik de pleisterplaats. ’s Nachts schreef ik in ‘ons huis’ onder aan de voet van de Alpe d’Huez mijn Parels voor een grote groep volgers en thuisblijvers en hield een speciale pagina op Facebook en een Twitteraccount bij.

En dan moet ik dringend even op zolder achter het schot kijken wat ik allemaal nodig heb om over anderhalve week op de Koningsdagmarkt in Laren met een kraam vol creativiteit acte de présance te geven. Vorig jaar heb ik in het Gooi een keer proefgedraaid en dat was leuk genoeg om me nog een keer te laten verleiden. Opnieuw samen met Vriendin. We zijn allebei professionals in het facilitaire vak en zien het werk niet alleen, we pakken ook aan.

Terwijl ik daar een lijstje van maak valt mijn blik op de twaalf meter meubelstof en de stoel die daar al een poosje op staat te wachten. Story-of-my-life grijns ik in mezelf…ik heb er patent op dat er steeds op het moment dat ik me helemaal wil onderdompelen in een bepaald project, van alles tegelijk in beweging komt. En dat leidt tot uitstel. De laatste keer was dat met het schrijven van een boek en nu is het met het stofferen het geval. Gelukkig is de zolder opgeruimd genoeg en hebben de katten de plaid die ik er tijdelijk omheen gedrapeerd heb hartstochtelijk in gebruik genomen. Dus áls ik al zou willen beginnen…enfin, wordt vervolgd.

Het is de week waarin veel mensen – sommigen voor het eerst – bewust bezig zijn met de vraag óf en hóe erg ze het vinden dat ze al jarenlang digitale voetsporen maken waar het wereldwijde netwerk onder leiding van Mark Zuckerberg gegevens uit haalt voor fraaie en misschien minder fraaie doeleinden.

Zelf ben ik me daar al heel lang van bewust. En denk ik na over welk medium ik gebruik voor welke boodschap. Voor speciale projecten maak ik aparte pagina’s aan waarop belangstellenden de keus hebben de berichten wel of niet te volgen. Denk aan Alpe d’Huzes, mijn TekstAtelier, De KattenClub, de artistieke pagina met olieverfportretten van mijn Lief, de sieradenpagina. Wie mijn naam intypt komt genoeg van mij tegen. En eerlijk gezegd voel ik me nergens in verlegenheid gebracht. Om de simpele reden dat ik aan de voorkant nagedacht heb over de begrenzing van de informatie die ik wereldkundig maak.

Wie leeft in deze tijd zal ontdekken dat er weinig meer is dat volledig van jezelf is, dat niet door iemand anders gezien of gelezen kan worden. Overal hangen tegenwoordig camera’s. De mobiele telefoon is bij veel mensen het verlengstuk van hun arm en een foto of filmpje is in een handomdraai gemaakt. Google is de nieuwe encyclopedie en ja, wie verwacht dat niemand werk maakt van die enorme kennisbank die daardoor wordt opgebouwd leeft denk ik onder een steen.

Zelf ervaar ik vooral de voordelen van die digitale wijdverbreidheid. Zo kon ik deze week niet alleen de website van het bedrijf maar ook mijn gesprekspartners al digitaal checken ter voorbereiding op mijn sollicitatiegesprek. Die aardige HR mevrouw is van mijn leeftijd, trad een jaar geleden in dienst en combineert twee parttime banen. Dat geeft de burger moed.

Toch heeft zij blijkbaar mijn digitale doopceel niet gelicht voor het eerste gesprek. Want alleen mijn naam intikken zou al voldoende zijn om te kunnen lezen dat het met mijn handson mentaliteit wel snor zit.

Geef een reactie