‘Jeetje…ben jij al op en al druk? Krijg net je app binnen en sliep nog. Dacht dat er iets was. Weet dat ik de mobiel niet uit zet ’s nachts’.

De wat bestraffende toon in de reactie van mijn vriendin is wel wat vaag. Ze is immers nooit zo van de klok en geniet schaamteloos van een ongeregeld leven. Het is één van de belangrijkste verworven rechten sinds ze de leeftijd heeft bereikt dat ze niet meer hoeft te werken.

Vaak gebeurt het me dat ik zaterdags ver na middernacht een mailtje krijg met de vraag of ze nog op de Parel kan wachten of niet. Steevast goed voor een grijns aan mijn kant. Tot eind vorig jaar was haar ‘erop wachten’ zelfs letterlijk, want op haar slaapverdieping was ze verstoken van mail en telefoon. De enkele keren dat ze een flinke griep kreeg sliep ze uit praktische voorzorg dan liever beneden op de bank, een reistasje met medicatie en belangrijke informatie ernaast. Dat is sinds kort gelukkig verleden tijd. Misschien wel daarom is het even wennen dat het haar tegenwoordig wél uitmaakt hoe laat we onze gedachten delen.

Anderhalf uur later laat ze me weten nog even lekker te hebben doorgeslapen. Ik durf het aan toch even goede raad te geven. ‘Goeiemorgen Ann, nu voor het echie. Weet je trouwens dat je de mobiel gewoon op stil kunt zetten en je wekker het dan gewoon blijft doen? Geeft een hoop rust (en minder schuldgevoel😉). Dat schuldgevoel hoef ik van haar niet te hebben. We wisselen de belangrijke en minder belangrijke zaken uit en gaan over tot de orde van de dag.

Het is donderdagavond, pal voor middernacht als ik net in bed stap en haar appje zie binnenrollen. ‘Ff een vraag laat op de avond. Wij hebben twee kaartjes voor zaterdag a.s. om 3 uur in Scheveningen voor The Lion King. Ik zou met Jessa gaan maar ben ongelukkig op mijn rug gevallen. Ik zie het niet zitten om zo’n eind te rijden en zo lang in het theater te zitten. Kunnen we jullie plezieren?

Op de drempel tussen slapen en waken zegt mijn Lief dat hij niet mee hoeft. Ik app terug dat ik de volgende ochtend mijn vriendin zal vragen of ze tijd en zin heeft. Ondertussen probeer ik me voor te stellen hoe Ann ‘ongelukkig op haar rug gevallen’ kan zijn.

De volgende morgen – alsof ze mijn gedachten heeft gelezen – open ik haar app en neemt het verhaal een onverwachte wending. ‘Héél stom. Ik ben uit bed gevallen en heb het in eerste instantie niet tegen je willen zeggen maar we zijn nu een paar dagen verder. Ik had slecht geslapen en werd wakker van het signaal van een appje. Omdat ik dacht dat er iets zou kunnen zijn heb ik vanuit bed de handtas willen pakken. Kon de mobiel niet gelijk vinden en zocht steeds dieper. Ik bukte te ver, gleed voorover uit bed en kwam ongelukkig terecht met de rug. Heb veel moeite moeten doen weer overeind te komen. Dom-dom-dom van me. Daarom reageerde ik wat knorrig naar je over dat vroege app-bericht….’.

Vrijdagochtend is het met haar en Vriendin al dik voor koffietijd geregeld. Ik zeg dat we graag iets leuks willen terugdoen voor het gunnen van deze prachtige theaterkaarten. Het worden lentebloemen.

Ik ben royaal op tijd bij Vriendin, bij haar vandaan is het nog maar een goed uur naar Scheveningen. We lunchen nog lekker in de tuin en staan om kwart over twee – drie kwartier voor aanvang van de matineevoorstelling – voor de parkeergarage. Inderdaad, ervóór. In een lange rij met anderen. Het bordje geeft ‘VOL’ aan. Mooi weer, weekend, tot zover begrijpen we het nog goed. Wel verbaast ons de hoeveelheid politiewagens, de afzettingen en de verkeersregelaars. Nog drie kwartier, het moet genoeg zijn. In de rij kruipen we tergend langzaam naar het punt dat we de wachtenden kunnen passeren. Links en rechts van de route zijn nog volop plaatsen, maar slechts voor 60 of 120 minuten. Dat lukt niet met een voorstelling met een lengte van drie uur.

Langzaam begint het zweet ons uit te breken. De klok geeft 14.35 uur aan als we een verderop gelegen parkeergarage inrijden. Maar daar staat de hele rij die we al die tijd al voor ons hadden, die hebben dezelfde tip opgevolgd. Waar we ook kijken, nérgens plek. Zelfs niet voor het kleine autootje van Vriendin. Net als we het bange vermoeden krijgen dat we het deel tot aan de pauze zullen mislopen, zien we een klein parkeerplekje. Het witte kruis erop kan ons gestolen worden. ‘We delen de boete’ roep ik samenzweerderig. Daarna trekken we een sprintje naar het theater. Het lukt…om 14.57 uur zitten we eerste rang. Met een nat voorhoofd en een gelukzalige grijns.

Onze lentebloemen zullen intussen worden bezorgd. Bij allebei natuurlijk. Voor Jessa omdat ze zo genereus naar volkomen onbekenden is. En voor Ann vanwege haar onfortuinlijke landing waardoor ze deze middag met haar petekind misloopt. Op het bloemenkaartje bij Ann kon ik het niet nalaten een grapje te maken. Lieve Ann, de één zijn pech is voor twee anderen de pret. Heel lief om aan ons te denken, hoewel een beetje merkwaardige beloning, want indirect ben ik de schuld;-).

Dat kan alleen maar bij goede vrienden. Je bezorgt ze in een onbewaakt ogenblik vette pech en wordt dan beloond met eersterangs theaterkaarten….

 

Ps. Op de terugweg – na een fenomenale voorstelling – ontdekten we dat de opening van het strandseizoen ( www.bonfirebeachfest.com )uitgerekend dit weekend een bijzondere wissel trok op alle parkeervoorzieningen.

Geef een reactie