Digitaal ben ik al verbonden met de man die ik vandaag bij mijn opdrachtgever ook live zal treffen. Na de eerste verkennende gesprekken is de tijd rijp om mij als externe online marketeer ook bij het proces te betrekken.

Het eerste half uur van de bespreking zijn we samen. Onze introductie aan elkaar verloopt soepel en ontspannen. Het is niet voor het eerst dat ik me bewust ben van de verschillen in communicatie tussen twee mannen, twee vrouwen of een man en een vrouw die elkaar voor het eerst treffen. De observaties zijn verschillend, maar ook de manier waarop er verbaal en non-verbaal gecommuniceerd wordt zegt meer dan een handdruk. En dan hebben we het nog niet over de ínhoud.

Mijn opdrachtgever heeft zelfs die verschillen in vragen stellen tussen mannen en vrouwen gelabeld: hij noemt dat zgn. ‘Dion-vragen’. Jargon naar zijn gelijknamige en zeer gewaardeerde relatie die er een gewoonte van maakt om zeer persoonlijke – voor een man nogal vrouwelijk intuïtieve – vragen te stellen. De zeldzame keer dat mijn opdrachtgever thuis eens iets over zijn dag deelt, vraagt zijn vrouw ook altijd juist naar dát soort informatie…hoe oud iemand is, of iemand getrouwd-gescheiden-alleen is, kinderen heeft…

Allemaal zaken waarop hij zuchtend het antwoord schuldig moet blijven, om de simpele reden dat hij zulke vragen niet stélt. ‘Wat maakt míj dat nou uit?! riep hij ooit vertwijfeld toen ik zei dat wel te begrijpen. Hij is verre van onverschillig, maar heeft ook niet direct ‘gevoel’ bij de meerwaarde van zulke context.

Na dat halve uur weet ik dat mijn gesprekspartner een boot heeft, studeerde in Groningen, vorig jaar Abraham zag en gescheiden is na een huwelijk van 23 jaar. Met nog jonge kinderen van lagere schoolleeftijd is hij nu ineens parttime vader. En ook parttime niet. Het verklaart in elk geval waarom er twéé mobiele telefoons op elkaar gestapeld op de vergadertafel liggen. En nee, er is geen ‘nieuwe lief’, de kinderen gaan voor. De vriendin die even zijn pad gekruist heeft vergeleek de verantwoordelijkheid voor kinderen met wat zij ervoer met haar hond. Aarrggh….

Voor mezelf is het een beproefd recept om werkrelaties per definitie ook een persoonlijk karakter te geven. Mijn netwerk is niet extreem groot, maar strekt zich uit over een paar decennia van mijn werkzame leven. Stuk voor stuk zijn het mensen die ik persoonlijk ken, die ik in de context kan plaatsen van een tijdperk, een project, een ervaring of een overeenkomst. En juist door die context is mijn netwerk persoonlijk, warm en onderhouden.

De Belgische psychiater Dirk de Wachter heeft eind vorig jaar een inspirerend pleidooi gehouden voor meer persoonlijke aandacht voor het individu. Het kwam voort uit zijn vaststelling dat teveel mensen last hebben van overmatig pillengebruik, depressies en een psychiater nodig hebben. Met overvolle wachtlijsten en kostbare zorg tot gevolg.

‘Het idee dat het leven vooral leuk moet zijn is de ziekte van deze tijd’ zei hij. ‘We ‘duimen’ ons door de digitale dag heen, maar het menselijk dier is vergeten dat het aaibaar is, dat het nood heeft aan huidcontact, gevoel, een blik, woorden van troost, persoonlijk contact’.

Als aansprekend voorbeeld verhaalde hij over een experiment waarbij iemand met een hondje op straat loopt. Voorbijgangers spreken hem aan, zeggen ‘Wat een leuk hondje’ en vragen daarna naar het geslacht, de naam, de leeftijd. Om het dier daarna nog even liefkozend te aaien. Een dag later laat dezelfde persoon alleen zichzelf uit. ‘Niemand vraagt naar zijn naam, niemand complimenteert hem, niemand raakt hem aan! De mens ‘bunkert’ zich in zijn ‘kleine ikkigheid’. Die Belgische tongval maakt dat zelfs de meest narcistische personen ineens veel minder nare mensen lijken. Sinds de Verlichting is het individu op de voorgrond gezet, maar het slaat door. Niemand kan alleen maar stoer, leuk en sterk zijn. Maar we hebben het menselijk tekort weggemoffeld in onze maatschappij’.

Deze psychiater pleit voor meer gevoeligheid, meer kwetsbaarheid, meer delen van kleine verdrietigheden en vooral elkaar bevragen, in de ogen kijken en ‘vastpakken’.

Het maakt de wereld gelukkiger, échter en een stuk warmer. Psychiaters krijgen het minder druk, de wachtlijsten slinken. En voor al die beroepen waar professionals zich zo chronisch tekort voelen schieten is er ineens hoop….want échte aandacht, in de ogen kijken, vastpakken en elkaar een persoonlijke vraag stellen zou tot kerntaak moeten worden verheven. Óp naar de Dion-vragen!

 

PS Vrij naar inspiratie uit de lezing van psychiater Dirk de Wachter.

Geef een reactie