De zon was deze Zwarte Zaterdag nog niet eens op toen de eerste files in Frankrijk er al stonden. Ieder jaar hetzelfde liedje.

Met de opwarming van de aarde lijken me de redenen om persé in de zomervakantie naar een ander land af te reizen per week verder weg te smelten. Bovendien begrijp ik werkelijk niet dat iemand zo’n rit – na een heel jaar filerijden – nog vrijwillig met een uur of vijf wil verlengen.

Positief geformuleerd lijken we – naarmate de warme weken zich vermenigvuldigen – steeds beter in staat om ermee om te gaan. We denken na over ons waterverbruik, voeren huishoudelijk werk bij voorkeur uit op de meest koele uren van de dag en draaien waar het kan en mag een tropenrooster.

Toch heb ik er ook een andere beleving bij. Ik heb in toenemende mate het gevoel dat mijn stad en de openbare ruimte is getransformeerd tot één grote camping. Of ik op dinsdag of in het weekend mijn neus buiten de deur steek, het lijkt alle dagen vakantie. Voor iedereen. Nederland één groot Vakantieland. De associatie met het campingleven wordt versterkt door de dagelijkse barbecueluchten, het ruimhartig delen van onze huiselijke geluiden (want deuren en ramen permanent open) en de dresscode die collectief overboord lijkt te zijn gezet. Het mankeert er nog net aan dat in mijn over het algemeen zo nette straat niemand met een toiletrol onder de arm voorbij loopt.

Onze aanpassing aan de nieuwe zomer is nog maar flinterdun, eigenlijk weten we ons nog niet te gedragen. Onze werkuren zijn er nog niet op aangepast, ons lontje ontvlamt wat sneller en we puffen hele dagen over het weer. Dat doen ze in de zuidelijke landen toch echt beter. En niet alleen dát…

Je ne sais quoi betekent letterlijk ‘Ik weet niet wat’. Maar Franse vrouwen – al jaren gezien als de meest stijlvolle – hebben hiervoor een heel andere vertaling. Franse vrouwen zien er iedere dag goed uit. Ongeacht het seizoen. Hun stijl is een interessante mix: klassiek, cool en nonchalant tegelijk. Alsof ze zo maar iets aan hebben getrokken. Maar het klopt precies. Alsof het ze niet zoveel kan schelen. Dát is volgens de Franse dames het ultieme ‘je ne sais quoi’-gevoel.

 Toegegeven, ook dit jaar is het mij weer niet gelukt om de tien kilo die ik graag kwijt wil, eraf te bewegen. Zo gedisciplineerd als ik ben in mijn werk, zo moeizaam kan ik mijzelf motiveren om iedere dag – al is het maar een half uur – te wandelen. Bovendien krijg ik het steeds drukker, waardoor ik langer achter de laptop doorbreng. Enfin, het nieuwe ritme daarin komt uiteindelijk op gang, maar dan is deze zomer wel voorbij. En dús heb ik met veel warme weken achter elkaar wel een uitdaging om mijn extra kilo’s prettig en toch luchtig te verpakken. Het oog wil ook wat. Op dagen dat ik de deur niet uit ga kan het gebeuren dat ik met 28 graden op de koelste plek in huis in een slipdress achter de laptop zit. Naast mij op de stoel ligt een zwierig niemendalletje dat ik snel aan kan schieten als de deurbel onverhoopt gaat. Met wat lichte make-up, mijn haar met een clip uit mijn gezicht gehaald en een fles water naast me kom ik de dag prima door.

Maar ik peins er niet over om in zo’n outfit de straat uit te gaan. Zelfs niet om even te gaan tanken of een vergeten boodschap te halen.

Deze week werd een man bij de supermarkt door het personeel tegen gehouden toen hij met ontbloot bovenlijf naar binnen wilde. Of het al niet erg genoeg was staken zijn kalknagels nietsontziend uit zijn badslippers. Vandaag zie ik in Hilversum een jonge postbode op een flink beladen PostNL-fiets rijden. Ze draagt een hemdje en ultrakorte shorts, er komt geen eind aan haar vol getatoeëerde benen.

En daar zit dus de crux. In en om het huis is iedereen vrij om te doen of te laten. Wat dan ook. Op campings zijn we op zulke taferelen ingesteld. Maar op straat, een winkel in, naar het werk…mag het misschien íets meer Je ne sais quoi?

 

 

Geef een reactie